Het zorgteam bij CVA-revalidatie

Verzorgende IG Sandra en verpleegkundige Bianca (afdeling CVA-revalidatie Leo Polak)

Wie na een beroerte of CVA zorg en behandeling nodig heeft, vindt in Leo Polak professionele revalidatie. Bianca Kroon is verpleegkundige op de afdeling CVA-revalidatie en Sandra Smiesing is verzorgende IG. 

‘Ieder persoon is uniek en geen CVA is hetzelfde,’ vertelt Sandra met een lach. ‘Sommige mensen kunnen bijna niets meer. Maar het komt ook voor dat iemand lichamelijk alles nog kan, maar niets meer begrijpt en weet. Of andersom,’ zegt Sandra. ‘En alles daar tussenin,’ vult Bianca aan, ‘de een beseft heel goed wat er gebeurd is, bij de ander is dat besef er niet.’

De automatische piloot

CVA staat voor Cerebro Vasculair Accident, wat letterlijk betekent: een ongeluk in een bloedvat van de hersenen. Een CVA heeft grote lichamelijke en geestelijke gevolgen. Dat kunnen zichtbare gevolgen zijn, zoals een (halfzijdige) verlamming. Maar ook minder zichtbare, bijvoorbeeld vermoeidheid, neerslachtigheid, situaties niet goed meer overzien en verandering van karakter of gedrag.
Bianca: ‘De mens doet veel op de automatische piloot. Na een CVA is de automatische piloot verstoord. Handelingen moeten dan opnieuw worden aangeleerd, meestal lukt dat wel, soms niet.’

Samen werken aan verbetering

Sandra: ‘Bij binnenkomst is de lichamelijke gesteldheid van de cliënt vaak slecht. Sommige mensen kunnen in eerste instantie helemaal niets meer, dan helpen we bij alles. Maar zodra het beter gaat, vervullen we meer een ondersteunende en motiverende rol. De hulp verschilt van persoon tot persoon. We helpen door aanwijzingen te geven: dit gaat het beste zo of probeert u dit te pakken. Een ander bieden we een arm ter ondersteuning bij het lopen.’

Het team

Het CVA-revalidatieteam bestaat uit zorgmedewerkers, een specialist ouderengeneeskunde, ergotherapeut, fysiotherapeut, logopedist, diëtist, psycholoog, muziektherapeut, maatschappelijk werker en geestelijk verzorger. Het zorgteam verricht verpleegtechnische handelingen en begeleidt en ondersteunt de cliënt in de dagelijkse handelingen. Bijvoorbeeld bij het weer zo zelfstandig mogelijk leren wassen, aankleden, naar het toilet gaan en lopen.

‘Door jullie weet ik weer wat liefde is’

Op de afdeling wordt afscheid genomen van een cliënt. Het gaat om een dame van begin 50 die bovenop haar beroerte een hartstilstand kreeg. ‘Toen ze hier aankwam, kon ze niets en zoals je ziet gaat ze nu goed de deur uit,’ vertelt Bianca. ‘Ze zou eigenlijk pas over een paar dagen naar huis gaan, maar nu het zo goed gaat, wil ze niet langer wachten.’ Omringd door familie verlaat mevrouw de revalidatieafdeling. ‘Bedankt voor alles,’ klinkt het door de gang.
Maar lang niet iedereen staat te popelen om naar huis te gaan. Bianca: ‘Veel mensen willen niet naar huis.’ Sandra stemt in: ‘Weet je nog die mevrouw, die al 30 jaar alleen was?’ Bianca denkt terug. ‘Je weet wel, die mevrouw die zei: door jullie weet ik weer wat liefde is,’ vervolgt Sandra.
Sandra vindt de dankbaarheid van de cliënten het mooiste aan het werken in de zorg. ‘In dit werk gaat het echt ergens om. Elke cliënt geeft voldoening.’

Iedereen is gelijk

Bianca is er sinds de start van de revalidatieafdeling CVA in het Leo Polak bij. ‘We begonnen 10 jaar geleden met drie mensen en zijn nu uitgegroeid tot een multidisciplinaire afdeling met twee teams en plaats voor 26 cliënten. Ik vind dat we een ontzettend mooi team zijn geworden met veel vertrouwen in en naar elkaar.’
Bianca en Sandra maken beiden deel uit van team 1, ofwel CVA-1. Ze springen weleens in bij team 2 als daar onderbezetting is, maar team 1 is hun vaste werkplek. Hiërarchie kennen ze niet in het zorgteam. Bianca: ‘Iedereen is gelijk, of je nu verpleegkundige, verzorgende of leerling bent. We leveren de zorg samen.’

Revalideren

Wie een beroerte heeft gehad, kan weer iets opbouwen en werken aan het terugwinnen van zelfstandigheid. Daar is doorzettingsvermogen en geduld voor nodig. Het grootste deel van het herstel vindt plaats in de eerste 3 tot 6 maanden na de beroerte. Dat is voor een belangrijk deel spontaan herstel van de hersenen. Maar als er een revalidatieprogramma wordt gevolgd is de kans dat er verbetering optreedt groter.

Een werkdag van het zorgteam (dagdienst):

7.30

 

Start dagdienst.

7.30 – 7.45

 

Overdracht van de nacht- naar de dagploeg.

7.45 – 8.00

 

Werkverdeling en rapportages lezen.

8.00 – 11.00

 

Ochtendzorg en ADL (alle dagelijkse levensverrichtingen): hulp of begeleiding bij wassen, aankleden en eten.

11.00 – 12.00 (of 14.00)

 

Opname- of voortgangsgesprek.

Sandra: ‘De revalidatie start met een opnamegesprek. Een nieuwe opname neemt al gauw 3 uur in beslag. Je moet de cliënt aanmelden, de verschillende disciplines inschakelen, de apotheek op de hoogte brengen, de cliënt rondleiden, een toestemmings- en zorgleveringsplan maken, etc.’

Bianca: ‘Bij de revalidatieperiode horen twee voortgangsgesprekken met de cliënt en zijn familie. Het eerste gesprek vindt 2 tot 3 weken na de opname plaats. We bespreken de ontwikkeling die de cliënt doormaakt, de verwachte duur van de revalidatie en de verwachtingen van de cliënt. In het tweede gesprek, meestal zo rond 6 weken na de opname, evalueren we en bespreken we het vervolg.’

12.00 – 12.30

 

Cliënten ondersteunen bij de lunch.

Sandra: ‘Voedingsassistenten verzorgen de lunch. Het hele zorgteam ondersteunt cliënten bij het nuttigen van de maaltijd.’

12.30 - 13.00

 

Cliënten naar bed brengen.

Sandra: ‘Revalideren kost veel energie. Na de lunch rusten de cliënten van 13.00 tot 15.00 uur.’

13.00 – 13.30

 

Pauze.

Bianca: ‘Rond een uur of een eten we zelf een broodje, maar de zorg is 24/7 en gaat voor. Als een cliënt belt omdat hij naar de wc moet of zich niet lekker voelt, dan zeg je natuurlijk niet: we hebben nu pauze.’

Iedere woensdag: 13.00 – 14.00

 

Op woensdag is er van 13.00 tot 14.00 uur een MDO, oftewel multidisciplinair overleg. Per discipline gaat er een vertegenwoordiger naar het overleg: van het zorgteam tot de fysio- en ergotherapie en van de logopedist tot de specialist ouderengeneeskunde.

14.30 – 15.00

 

Overdracht van de dag- naar de avondploeg.

15.00 – 16.00

 

Gezamenlijk helpen de dag- en avondploeg de cliënten uit bed.

16.00

 

Einde dagdienst.


Dit artikel komt uit onze maandelijkse nieuwsbrief, editie juli 2018. Ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u aan.

Lees ook: