Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar de content
Kijk hier voor de laatste informatie over het coronavirus.

Voorkom falen bij dementie

Oudere vrouw kijkt naar kipje tijdens dierenbezoek in verpleeghuis
Iemand met dementie een veilig gevoel geven, dat kan! Een glimlach is beter dan een moeilijke vraag stellen. Liever een arm om de schouder, dan een confrontatie met ‘iets wat niet meer lukt’. Tien tips om mensen met dementie écht in hun waarde te laten. Hoe zorgt u voor een veilig gevoel bij iemand met dementie?

  1. Dwing niet. Dwang wekt angst en mogelijk agressie op. Wanneer een dement persoon iets niet wilt, accepteer dat. Het houdt voor dit moment dan even op. Probeer het later opnieuw. En, stel uzelf de vraag: is het écht nodig?

  2. Overvraag niet. Teveel vragen zorgen ervoor dat de persoon met dementie een gevoel van falen krijgt. Vraagt u iets wat ze niet begrijpt of kan uitvoeren? De kans is groot dat u wordt afgesnauwd of dat er wordt gereageerd met weglopen of verdriet.

  3. Stel geen moeilijke vragen. Help de persoon met dementie op weg in plaats van moeilijke vragen te stellen. Een te moeilijke vraag is bijvoorbeeld: ‘U kunt zelf uw schoenen toch wel aantrekken?’.

  4. Test niet. Mensen met dementie willen niet steeds geconfronteerd worden met de dingen die ze niet meer kunnen of wetgen. Test ze niet met vragen als ‘U weet toch wel wie ik ben?’ of ‘Wat heeft u vandaag gegeten?’. Help liever actief, door te zeggen ‘Hier ben ik dan weer, je dochter Ans’ en ‘U heeft vanmiddag spinazie gegeten, was het lekker?’.

  5. Verbeter niet. Zeg liever niet: ‘Dat weet u toch wel, dat heb ik net nog gezegd’. Herhaal liever rustig wat u al eerder zei.

  6. Geef geen standjes zoals: ‘Dat mag u niet doen’.

  7. Spreek mensen met dementie niet tegen. ‘Nee hoor, het is helemaal geen lekker weer buiten, dat lijkt maar zo’. Demente mensen schrikken als u een bewering ontkent of afwijst. 

  8. Confronteer niet: ‘Dat hebben we gisteren toch afgesproken?’.

  9. Stel gesloten vragen. Bij beginnende dementie kunt u nog wel open vragen stellen. Bijvoorbeeld: ‘Wat wilt u drinken’, dat nodigt uit om te vertellen. In een later stadium van dementie zijn gesloten vragen beter, zoals ‘Wilt u een kopje koffie?’. Het antwoord hoeft alleen maar een knikje met het hoofd te zijn.

  10. Vermijd keuzevragen. Keuzes maken is moeilijk. Bij bijvoorbeeld de vraag ‘Wilt u een kopje koffie of thee?’, is de kans groot dat 'thee' wordt gekozen. Dat komt omdat 'thee' het laatste woord van de zin is. Het is beter om te vragen of ze koffie wil. Vraag dan bij geen reactie of ze thee wil.

Vragen over ons zorgaanbod?

Neem contact met ons op, bel: 088 - 97 20 200 of stuur een mail.

Lees meer:

Dit artikel komt uit onze maandelijkse nieuwsbrief. Ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u aan.