De invloed van gedrag bij dementie

Afbeelding van De invloed van gedrag bij dementie
De stemming van mensen met dementie wordt beïnvloed door onze houding en ons gedrag. Hoe werkt dat? En welk gedrag heeft dan de voorkeur?

Voor mensen met dementie is het vaak niet goed mogelijk om zich nog helemaal 'aan te passen' en de dagelijkse dingen te doen. Maar wij (verzorgenden, familieleden en mantelzorgers) kunnen behulpzaam zijn door ons gedrag aan te passen. Ons gedrag heeft namelijk grote invloed op de stemming van mensen met dementie.

Tips voor prettig contact

Enkele praktische tips om het contact zo prettig mogelijk te laten verlopen:

  • Benader iemand met dementie niet van achteren (rugzijde). Dit veroorzaakt een onnodige schrikreactie.
  • Houd oogcontact. Door oogcontact zorgt u ervoor dat hij zich op u concentreert.
  • Spreek de persoon aan met de eigen naam . De kans op begrip voor wat u zegt neemt daardoor toe.
  • Om aandacht vast te blijven houden kunt u de persoon met dementie zacht aanraken en zeggen ‘kijk maar even naar mij’.
  • Maak contact op ooghoogte. Of beter nog, maak u kleiner zodat hij op u neer kan kijken.
  • Neem de tijd. Maak tijd voordat u iets van hem vraagt. Maak eerst een kort praatje, kijk even met elkaar naar iets, lach naar hem, raak hem even aan.
  • Geef hem de tijd om zich erop in te stellen dat er iets gaat gebeuren.
  • Praat niet harder dan nodig is. Luid spreken voelt aan alsof u kwaad op hem bent. Gebruik een zachte lage stem. Dat voelt vertrouwd en behaaglijk.
  • Praat langzaam. Mensen met dementie hebben vaak een langzamere gedachtegang, ze hebben veel moeite om een ander te volgen.
  • Gebruik korte en duidelijke zinnen. Lange zinnen zijn nutteloos, want na vier of vijf woorden blijkt het eerste woord alweer vergeten te zijn.
  • Herhaal. Probeer net zolang rustig te herhalen wat u wilt zeggen totdat hij begrijpt wat u bedoelt. Gebruik woorden die hij zelf vaak gebruikt. Als blijkt dat een bepaald woord niet begrepen wordt, gebruik dan een alternatief. Bijvoorbeeld door ‘wilt u koffie?’ te vervangen door ‘wilt u iets drinken?’.
  • Gebruik gebaren bij wat u vraagt. Bijvoorbeeld:
    • ‘Komt u eten?’ Maak met de hand een gebaar alsof u een lepel naar de mond brengt.
    • ‘Wilt u even opstaan?’ Wenk met uw hand.
    • ‘Wilt u gaan slapen?’ Leg uw hoofd op uw handen alsof deze een kussen zijn.
    • 'Zal ik uw tandenpoetsen?' Doe uw mond open en maak poetsbewegingen met een denkbeeldige tandenborstel.

(Waar 'hij' staat kan ook 'zij' gelezen worden)


Illustratie: Kim van den Berg

Voor deze inventarisatie is gebruikgemaakt van:

  • 'De wondere wereld van dementie', Anneke van der Plaats
  • IMOZ (instituut voor zingevende zorg)
  • 'Dementie-wat nu?' van Zorgaccent
  • 'Is dementie erg?' van Jos Cuyten
  • 'Met dementie de dag door' van Anneke van der Plaats en Dick Kits

Lees ook:

Dit artikel komt uit onze maandelijkse nieuwsbrief. Ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u aan.