Oksana (53) komt uit Moskou. Daar werkte ze als psycholoog en in HR. Voor de baan van haar man verhuisde ze naar Nederland. Haar familie woont nog in Rusland, haar twee volwassen kinderen wonen en werken inmiddels hier. Ze spreekt Engels en volgt Nederlandse taallessen.
Na een intensieve periode van wennen aan een nieuw land, ontstond er ruimte. Ruimte om iets te betekenen. Tijdens wandelingen in de buurt liep ze regelmatig langs De Klinker. “Het zag er warm en open uit,” vertelt ze. Vanuit haar achtergrond als psycholoog voelde ze zich altijd al verbonden met mensen – en zeker ook met ouderen. De stap om vrijwilliger te worden was dan ook snel gezet.
Eén keer per week helpt Oksana bij de lunch. Ze serveert, maakt een praatje met bewoners en medewerkers en oefent ondertussen haar Nederlands. “Ik voel me weer van waarde,” zegt ze. “Ik kan iets bijdragen.” Het vrijwilligerswerk gaf haar ook iets wat ze na haar verhuizing miste: sociale contacten en verbinding.
En toen gebeurde er iets bijzonders. Via het hoofd van de keuken werd ze voorgesteld aan Olga, een bewoonster die alleen Russisch spreekt. Sindsdien zoeken de twee elkaar regelmatig op. Ze praten, lachen en delen herinneringen. Oksana speelt Russische liedjes op de piano – zeer verdienstelijk – en even lijkt de afstand tot Moskou kleiner.
Voor Oksana is het contact met Olga extra waardevol. Haar eigen moeder woont ver weg in Rusland; voor haar kan ze niet zorgen. “Bij Olga kan ik toch een beetje geven wat ik mijn moeder zou willen geven.” Dat Olga zichtbaar opbloeit van hun contact, ontroert ook medewerkers en andere vrijwilligers.
Oksana hoopt nog lang verbonden te blijven aan De Klinker. Haar diploma’s zijn hier niet erkend en haar toekomst is nog open, maar één ding weet ze zeker: dit werk doet ertoe. “Het is een geweldige plek.”