Mensen van Amstelring


Wie zijn de mensen waar wij voor zorgen? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. In deze aflevering: de heer Vrijland, (73), woonachtig in De Rietvinck.


Het is niet anders

Als ik het over mocht doen? Dan zou ik meer genieten. Van huis uit heb ik dat niet zo meegekregen. Ik kom uit een streng gereformeerd en heel eenvoudig gezin. Van jongs af moest ik al werken om geld voor ‘winterkolen’ te verdienen. Ik wist toen al dat ik buiten het plaatje viel. Al snel kreeg ik thuis problemen omdat ik, oudste van een tweeling, de bijdehandste was en zei wat ik dacht. En toen ging ik ook nog eens vroeg het huis uit om een opleiding te doen. Heimelijk wist ik, dat ik gevoelens voor mannen had. Maar daarvoor uitkomen in het zwarte-kousenmilieu waar ik ben opgegroeid? Dat was ondenkbaar! Toen ik een dominee in vertrouwen nam, zei hij: ‘Trouw nou maar gewoon, dan gaat het wel over.’ Ook twee psychiaters van de VU verklaarden mij heteroseksueel.

Ik heb er het beste van gemaakt, ben vijftien jaar getrouwd geweest en heb altijd geprobeerd goed voor mijn vrouw te zorgen. We kregen drie kinderen, met wie ik de warme band tot nu toe heb behouden. Het kantelpunt kwam op vakantie in Scandinavië. Op de camping stond ik bij een blokhut op palen. Ik moest bukken om iets te pakken, en toen zag ik, onder de blokhut door, een compleet voetbalteam, zonder kleding. Ik raakte zo in de war, dat ik me bijna een hersenschudding gestoten heb. Maak er werk van, zei ik toen tegen mezelf, zo kan het niet langer.

Mijn vrouw was woedend. Ik begreep dat goed. Ze was erg verliefd op me geweest, en nu bleek dat we al die jaren in een leugen hadden geleefd. Al die kansen die ze had gemist! Mijn kinderen, tieners toen, hadden wel alle begrip. Van mijn dochter kreeg ik meteen een hippe onderbroek cadeau, voor als ik uit vrijen zou gaan. Van vrijen is het niet zo vaak gekomen. Ik heb vier jaar samengewoond met een man, maar die bleek me te bestelen.

Te goed van vertrouwen? Ik weet het niet. Je moet iets voor een ander over hebben, is mijn motto, niet bang zijn. Ik ben voorganger geweest, daarna cultureel werker, maatschappelijk werker en therapeut. Als cultureel werker heb ik jaren geïnvesteerd in achterbuurten. Ik denk dat ik daar veel betekend heb. Therapeutisch heb ik legio echtparen begeleid waarvan één worstelde met homoseksualiteit. Wat ik hen mee wilde geven: sta achter je gevoelens.

Ik geloof nog steeds in God, en mijn geaardheid heeft in dat geloof een plaats. Als God geen homo’s had gewild, denk ik altijd, had hij ze niet gemaakt. Over de Parkinson waarmee ik nu ben opgescheept, denk ik niet teveel na. Kennelijk moest dat ook. Het is niet anders. Ook nu probeer ik er het beste van te maken, dag na dag. Ik neem deel aan gespreksgroep de Roze Salon en de cliëntenraad. Ik geniet van kunst en literatuur, ik werk aan mijn mobiliteit. En elke week komt een van de kinderen. Positief blijven, houd ik mezelf voor, niet klagen. Je ziet het niet in mijn gezicht, maar onder deze strakke mimiek zit een gezellige vent.

Meer informatie over De Rietvinck.