Wij gebruiken cookies en scripts om onze website te verbeteren. Meer informatie over het privacy- & cookiebeleid van Amstelring

Print deze pagina

Mensen van Amstelring

Wie zijn de mensen waar wij voor zorgen? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. Deze keer het verhaal van: mevrouw Weij (85), woonachtig in Rozenholm, Aalsmeer.

Drie rozen en twee fresia’s in een cellofaantje

Bloemen hebben een grote rol in mijn leven gespeeld. Op mijn 23ste heb ik Piet ontmoet. Bij de Rutex op het Rembrandtplein, een groot café met live-muziek. Ik kan niet zeggen dat ik meteen weg van hem was. Pas toen ik zijn grote familie leerde kennen, dacht ik: ja gezellig! Piet kreeg een baan op de bloemenveiling, we zijn toen van Amsterdam naar Aalsmeer verhuisd. De veiling regelde alles: het huis, vakanties, uitstapjes. Ik kreeg er ook een baan: inpakken aan de lopende band. Meestal drie rozen en twee fresia’s in een cellofaantje. Het rook er naar autogas en het was vermoeiend want je moest de hele dag staan, maar ik heb heel wat gelachen met mijn collega’s.
 
Na 1973 – onze zoons Pierre en Marcel waren 12 en 7 - is het misgegaan met mijn gezondheid. Als kind had ik altijd al last met slikken. Jarenlang moest ik elke week naar de KNO-arts om met een kwiksonde mijn slokdarm op te laten rekken. Op mijn 38ste heb ik na de zoveelste slokdarmoperatie een ruggenmerg- en hersenvliesinfectie opgelopen. Na revalidatie kon ik gelukkig weer lopen, maar met de rollator. Dat is dertig jaar redelijk gegaan, tot vorig jaar. Toen kon ik ineens helemaal niet meer staan. Verschrikkelijk. In die tijd heb ik wel gehuild, als niemand het zag. En pas nu, na zeven maanden in Rozenholm, begin ik me er een beetje bij neer te leggen.
 
Soms vind ik het zelf een wonder hoe positief ik ben. Misschien huist in mijn hart een Spaanse. Vaak droom ik nog van Spanje. Van de warmte, de mensen op straat, het ontspannen sfeertje. We zijn er verschillende keren geweest. Heerlijk. Waar ik ook nog veel aan denk, is het kuuroord in Roemenië waar we waren. Het was nog in de communistische tijd, je liep over het vliegveld met een gewapende militair achter je. In het hotel kreeg ik voor mijn gezondheid elke dag een modderbad. We voelden ons schatrijk, want die mensen daar hadden helemaal niets. Ze vroegen ons van alles: kleren, pennen, geld, het maakte niet uit. Dat heeft veel indruk op me gemaakt.
 
Piet komt elke dag en is heel behulpzaam. Hij is nu al 58 jaar mijn man. We hebben samen mooie dingen beleefd. De kinderen, uitstapjes op zondag met de Ford Anglia, vakanties. Alleen heeft hij voor geen cent geduld. Onze zoons zijn gelukkig wat rustiger. Pierre is boekhouder en Marcel manager, op de veiling! Het is heerlijk als ze komen, met vrouwen en kinderen. Zo gezellig! De toekomst? Voor mij hoeft het niet nog tien jaar te duren. Ik ben elke avond blij als ik zonder pijn in bed kan gaan. Dan ga ik lekker tv liggen kijken, met naast mij een grote pot snoep.