Wij gebruiken cookies en scripts om onze website te verbeteren. Meer informatie over het privacy- & cookiebeleid van Amstelring

Print deze pagina

Mensen van Amstelring

Wie zijn de mensen van Amstelring? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. In deze aflevering: Elly van der Laan, (72), woonachtig in Bornholm.

Ik wilde mijn eigen baas zijn

Ik ben een echt middenstandskind. Mijn vader had een melkzaak, we hielpen allemaal mee. Om vijf uur ’s morgens werd de melk in bussen gebracht. Het was keihard werken, maar alles was schoon en helder, we waren er trots op. Mijn kindertijd was prima. Altijd leven in huis en zingen bij de afwas. Maar van mijn elfde tot mijn vijftiende zat ik in Bergen op de kweekschool , intern bij de nonnen, en dat vond ik verschrikkelijk. Je had niets voor jezelf, zelfs je brieven werden gecontroleerd. ‘Pa, ik ga niet meer terug,’ zei ik toen ik een keer thuis in Amsterdam was. Ik wilde mijn eigen baas zijn. Toen ik in de accountancy terechtkwam,  wist ik al dat het een tussenfase was. Een eigen winkel, daar had ik mijn zinnen op gezet.
 
In Dansschool Sandman, toen nog aan de Amstel, heb ik mijn latere man ontmoet. Martin van Asperen. Een lange vent, slank, met brillcream in zijn haar en een gleufhoed op. Zo charmant! ‘Wat?’ zei hij, ‘toen hij me thuisbracht. ‘Ben jij de dochter van de melkboer?’ Hij werkte in de open volkstuinen in West en kwam weleens in de zaak. Daar hoorde hij soms piano spelen. Hij had geen idee dat ik dat was.
Samen zijn we een sigarenwinkel begonnen in de De Wittenstraat. Behalve tabak verkochten we snoep, kaarten, loten en tijdschriften, en er zat ook een postagentschap bij. Je maakte wat mee daar. Op een dag stond er een man met een wapen voor mijn neus. ‘Je geld of ik schiet,’ zei hij. ‘Moet je doen,’ zei ik. Ik zat toch achter kogelvrij glas. En hij deed het! De kogel ketste van het glas pal langs het oor van een klant.
Het ergste dat me overkomen is, is dat mijn man is overleden. Op zijn 49ste, na een ziekbed van tien jaar, aan kanker. Het waren tien jaar van zorgen, de moed erin houden en heen en weer naar het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis. Het gekke was: zolang Martin me nodig had, was ik sterk. Pas op het einde ben ik psychisch helemaal onderuit gegaan. De laatste twee weken hebben we samen in het ziekenhuis gelegen.
 
Eigenlijk ben ik er nooit overheen gekomen. Ik werkte wel, maar voelde me dood van binnen. Voordat ik in Bornholm kwam, ben ik zelfs een tijdje opgenomen geweest. Nu gaat het door alle aanspraak en begeleiding veel beter met me. De mensen hier op afdeling Lb3 zijn fantastisch. En mijn dochters Ingrid en Carla ook. Carla is nu een andere weg ingeslagen, maar daarvoor hadden ze allebei een eigen winkelfiliaal. Het zit in het bloed!
Waar ik nog meer trots op ben, is het gasthuis dat Martin met mijn steun heeft opgericht. Hij zag mensen uit het hele land naar het AvL toe komen. Zelfs uit Groningen, met de taxi. Dat moet anders, dacht hij. Toen heeft hij met hulp van heel veel donateurs en vrijwilligers de Stichting Blijfhuis opgericht, voor verblijf van patiĆ«nten en familie tijdens behandeling. Het bestaat nog steeds, en draait met 80 vrijwilligers helemaal zelfstandig. Hij was zo’n doordouwer, Martin. Hij kreeg alles voor elkaar. Daar denk ik aan, als ik het moeilijk heb.


Meer informatie over Bornholm