Wij gebruiken cookies en scripts om onze website te verbeteren. Meer informatie over het privacy- & cookiebeleid van Amstelring

Print deze pagina

Mensen van Amstelring

Wie zijn de mensen van Amstelring? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. In deze aflevering: mevrouw Rosenberg, (67), woonachtig in Groepswonen Wolbrantskerkweg. Haar dochter heeft geholpen met dit verhaal.

Ik leef met de dag

Sinds ik hier woon – één jaar, twee jaar - ben ik erg tevreden. De mensen zijn heel goed voor me, dat wil ik echt even kwijt. Samen hier aan tafel, een sigaretje roken bij het raam, op vrijdag een advocaatje, lekker kletsen, we hebben het heel gezellig. Mijn dochter Sabrina komt minstens twee keer per week. Dan gaan we weleens een ijsje eten bij de Febo. Of naar mijn moeder. Ja, ze leeft nog, die lieverd, ze woont in een verpleegtehuis.
Mijn kindertijd was in Vinkeveen. Ik woonde met mijn moeder, oma , opa en een oom in een oud, wit huis, heel romantisch. Er was een bedstee, waar opa vaak lag. Hij had een stijf been met allemaal wonden. Op zaterdag ging ik met mijn oma naar de markt, voor ijs en verse paling. Heerlijk was het in die tijd.
 
Een groot verdriet in mijn leven is dat ik mijn vader nooit heb gekend. Vooral later heb ik veel vragen gehad, waar nooit een antwoord op gekomen is. Zolang je jong en sterk bent, kun je die onzekerheid aan. Later begint het je op te vreten.
Na school ben ik de horeca ingegaan. Ik werkte in zo’n bruin café met Perzische kleedjes, waar veel truckers kwamen. Mijn baas deed de bar, ik stond in de keuken. Tosti’s maken, uitsmijters, bordjes patat. Ik was gek op dat werk. ‘Later beginnen we samen een café,’ zei ik vroeger altijd tegen mijn moeder. Ik heb nog een tijd met haar samengewerkt in een andere zaak. Daar kreeg ik op een dag ruzie met de vrouw van de baas. Zij ging vreemd en haar man ging kapot, ik kon mijn mond er niet over houden. Helaas heeft het die man niet geholpen, hij heeft zelfmoord gepleegd. Verschrikkelijk vond ik dat.
 
Zelf heb ik één grote liefde gehad. Ik had als meisje altijd wel sjans met de jongens, maar nam ze niet zomaar mee naar huis. Mijn oma was streng, het moest allemaal in haar straatje passen. Na het overlijden van oma en opa ben ik met mijn moeder in de Bijlmer gaan wonen en in die tijd heb ik Daan leren kennen. Donker haar, donkere ogen, af en toe een snorretje. Leuk! In 1979 kregen we Sabrina en in 1981 Jan. De mooiste jaren van mijn leven. Daan was heel liefhebbend. Hij nam me mee uit, kocht mooie dingetjes. En als ik ’s avonds thuis kwam van mijn werk, moest ik niet gek opkijken als het hele huis ineens veranderd was. Nieuwe meubels, nieuwe kleuren, alles fris.  Om mij te verrassen.
Over zijn ziekte en overlijden praat ik liever niet. Het leven is mooi geweest, maar ook hard en uitputtend. Toch ben ik tevreden, nu ik hier ben, ik leef met de dag. Ik verheug me op mijn kinderen, mijn schoondochter, mijn kleinkinderen. En mijn moeder natuurlijk. Ik ben zo blij dat ik haar nog heb.

Meer informatie over Wolbrantskerkweg