Wij gebruiken cookies en scripts om onze website te verbeteren. Meer informatie over het privacy- & cookiebeleid van Amstelring

Print deze pagina

Mensen van Amstelring

Wie zijn de mensen waar wij voor zorgen? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. In deze aflevering: Paula Hilferink (46), woonachtig in Jatopa.

Dieren doen je geen pijn

Waarom ik in mijn leven zoveel tegenslag moest hebben? Het is iets waar ik maar niet uitkom. Die koeien om me heen troosten me. Alleen dieren, denk ik weleens, doen je geen pijn. Ik ben bij mijn moeder opgegroeid, maar zij heeft me voor geen enkel gevaar kunnen behoeden. Er was maar één persoon bij wie ik me veilig voelde, dat was mijn oma. Drie jaar geleden werd zij ziek en ben ik minder gaan werken om bij haar en bij de kinderen te kunnen zijn. Kort nadat ze overleed, heb ik een hersenbloeding gehad. Van de stress, zei de dokter. Diezelfde dag in het ziekenhuis kreeg ik er nog een. En vorig jaar, tijdens een operatie, een derde. Die heeft me gemaakt zoals ik nu ben.

Iets moois dat ik nog beleefd heb, is dat ik mijn vader heb gevonden. Het was een jaar of tien geleden, hij belde me op: ‘Ik geloof dat ik je vader ben.’ Kijk die foto. Die mooie rastaman in witte kleding, half-Surinaams, half-Nederlands. Een muzikant! We hebben zes jaar contact gehad. Ook hij is nu overleden. Zo jammer.

Tien jaar lang was ik getrouwd met Osman. We werkten samen in de confectie. Een keer trok hij zijn bovenkleding uit omdat het zo warm was. Toen begonnen bij mij ook de vlammen uit te slaan. Ik was dol op Turkse muziek. Hij draaide Ferdi Tayfur, ik vond het prachtig. Dat hij me toen het cassettebandje cadeau gaf, deed me wat. Na ons trouwen hadden we een eigen confectiebedrijf. We kregen samen ook drie prachtige dochters. Maar Osman wilde een zoon. Hij werd steeds moeilijker in zijn gedrag, ook naar de kinderen toe. Op het laatst was het onhoudbaar. Toen hij vertrok, heb ik zijn spullen achter hem aan gesmeten. Gelukkig ben ik bij mijn schoonfamilie nog steeds welkom. ‘Al ben je gescheiden,’ zeiden ze, ‘je blijft toch ons bruidje.’ De vakanties in Turkije waren altijd heerlijk. Ik heb de Turkse taal geleerd, om mijn dochters het land te kunnen laten zien. En om niet in de zeik genomen te worden, op de markt of in de winkel.

Je moet als vrouw je mannetje staan, heb ik ondervonden. Na mijn scheiding heb ik in de schoonmaak en de catering gewerkt, later ben ik bij de taxi gekomen. Op onze standplaats in Duivendrecht stonden altijd van die snorders. Mijn collega’s – allemaal mannen – durfden niets te zeggen. Ik wel. “Als jullie nu niet oprotten,” zei ik, “heb je straks geen auto meer.”

Dit klinkt heftig, maar eigenlijk heb ik in mijn leven nooit iets anders willen doen dan anderen helpen. Elke keer weer schijnt de pech me op te moeten zoeken. Waarom? Toen de Bijlmerramp gebeurde, was ik daar op visite, in die flat Groeneveen. Ik heb de explosie gehoord, de vlammen gezien, mensen in brand zien staan. Een trauma. Ik probeer positief te zijn. Maar iedere keer komen de nare dingen die ik heb meegemaakt opnieuw naar boven.

Meer informatie over groepswonen Jatopa