Wij gebruiken cookies en scripts om onze website te verbeteren. Meer informatie over het privacy- & cookiebeleid van Amstelring

Print deze pagina

Mensen van Amstelring

Wie zijn de mensen waar wij voor zorgen? Achter elk gezicht schuilt een leven, achter elke rimpel een verhaal. In deze aflevering: Peter Labeur (72), bezoeker van de dagopvang van Floriande.

Mijn gitaar voor een wasmachine

Een tijd geleden heb ik Alzheimer voor het eerst ontmoet. Wat een rotkerel! Je vergeet alles, je sleutels, wat je wilde zoeken of wilde zeggen... Van vroeger weet ik gelukkig nog veel. Hoe ik opgroeide tussen de schoffies in de Indische buurt van Heemstede. Het was vlak na de oorlog, er werd veel gebouwd. Wij waren altijd op de bouw om te kijken of er wat te rotzooien viel. Gedoe met liften en kruiwagentjes, prachtig. Het strand was dichtbij. Als er een race was, kropen we in Zandvoort onder het treinviaduct door om gratis op het circuit te komen.

Mijn vader kwam uit een groot gezin en moest na school meteen geld verdienen. In de bollen, later bij Stork. Zúlke polsen had hij. Uiteindelijk gaf hij leiding aan 175 man bij de Hoogovens. Best een prestatie. Zelf kwam ik - ontsnapt aan militaire dienst – ook bij de Hoogovens terecht. Maar ik vond het er verschrikkelijk. Al die nativiteit van jongens die hadden gevaren. Niet mijn ding!
 
Het bleek dat ik ver onder mijn  niveau zat te werken. Misschien daardoor heb ik in mijn loopbaan talloze bazen versleten. Ik kreeg er genoeg van en op een dag ben ik met een compagnon zelf keramiek en plastic voor groothandels gaan importeren. Tot de jaren tachtig, toen veranderde de smaak. Daarna heb ik mijn mooiste tijd gehad, bij Konstsmide, een Zweeds bedrijf in kerst- en tuinverlichting. Ik heb er de omzet flink gespekt, net als mijn pensioen.

De liefde? Joke is mijn eerste en enige meisje geweest. We zaten bij elkaar in de klas. Ze werd verliefd op mij toen ik in een band ging spelen, de Thunderrollers. Elk weekend optreden, een hoop gillende meiden. Schitterend. Toen we gingen trouwen, heb ik mijn gitaar voor een wasmachine verkocht. Maar de jongens, die zie ik nog steeds! En we spelen ook nog. Joke is lief, heel zorgzaam. Ze is er altijd voor mij en de kinderen. Altijd.
 
Rollerskaten is al 25 jaar een van mijn grootste hobby’s. Meestal blijf ik in het Haarlemmermeerse bos. In Rotterdam heb ik aan een skatetocht voor duizend man meegedaan. Waar het me om gaat is de inspanning en de vaart. Als ik wandel, wil ik ook flink doorlopen. Ik weet niet waarom, dat wil ik gewoon. Aan de andere kant is er iets langzaams, dat mij veel voldoening geeft: schilderen. Sinds de basisschool heb ik al een ezel waar altijd wel iets op staat. Ik neem een voorbeeld als inspiratie en geef dan mijn eigen draai eraan. Net als in het gewone leven: je stopt er iets in en bent benieuwd wat eruit komt. Joke en ik hebben drie kinderen: Mylène, Dénise en Alain. Als je vraagt wat ik in hen van mezelf herken, dan weet ik dat eigenlijk niet eens goed. Toch moet een deel van mij in hen vertegenwoordigd zijn. Dat vind ik wel een mooi idee. Helemaal weg ben ik nooit.

Meer informatie over de dagopvang van Floriande.