Als de spanning op de afdeling toeneemt

Onderzoek en behandeling van ernstige gedragsproblemen bij dementie
‘Continu roepen, agressie en onrust’, weet Anke Duiker, ‘kunnen het welbevinden van andere bewoners negatief beïnvloeden’. Anke Duiker is specialist ouderengeneeskunde van de Interventieafdeling in De Bogt-Westerbeer. ‘Dit is de enige behandelafdeling in Amsterdam waar ernstige gedragsproblemen bij dementie worden onderzocht en behandeld in samenwerking met de GGZ. Het doel is om gestabiliseerd en met goede adviezen terug te keren naar de oorspronkelijke situatie, bijvoorbeeld het woonzorgcentrum.’

Hoe het in de praktijk kan lopen: ‘Laatst was er een patiënte die 24 uur per dag rondliep. Zij kon niet stoppen met lopen, at daardoor niet, sliep niet en had geen dag-nachtritme. Ze werd door zorgmedewerkers gefixeerd, zodat ze tenminste nog iets kon eten en drinken. Bij ons startte we de observatie en behandeling, gericht op het langzaam afbouwen van de fixatie. Toen deze mevrouw bij ons wegging was er een enorme verbetering te zien: het dag-nachtritme was teruggekeerd en fixeren was niet meer nodig. Nu woont ze in het verpleeghuis, zonder noemenswaardige problemen. Dat we dat kunnen bereiken, daar zijn we als team trots op.’

Als spanning op een afdeling toeneemt

Verzorgenden en familieleden die met dementie te maken hebben, kennen het vast wel, gedrag dat voor de gezondheid van de cliënt bedreigend is en voor de omgeving belastend. Meest voorkomend zijn achterdocht, agressie, roepgedrag, claimen of vragen, zelfverwaarlozing, geen zorg, medicatie, eten of drinken toelaten, angsten, nachtelijke onrust, zwerven en dwalen.

Anke Duiker is tevens kaderarts psychogeriatrie. ‘Als probleemgedrag ernstig, langdurig en niet te doorbreken is, neemt de spanning op een afdeling toe en dat merken medebewoners, familieleden en verzorgenden. De druk en stress kan voor verzorgenden teveel worden, bovendien lijdt de sfeer voor medebewoners er onder.’ ‘Zodra adequate verzorging, behandeling of benadering echt problematisch wordt, is het een optie om de Interventieafdeling in te schakelen en de cliënt naar ons door te verwijzen. Ons team heeft de professie en ervaring om gedragsproblemen bij dementie rustig te observeren, een signaleringsplan en benaderingsadvies op te stellen en behandeling te geven.’

Sober en zo weinig mogelijk prikkels

De Interventieafdeling is sober ingericht. Naast de eenpersoonskamers met ruime badkamer zijn er twee gemeenschappelijke woonkamers en lange gangen. De gemeenschappelijke ruimtes zijn leeg en ogen steriel. Daar is een goede reden voor: ‘Mensen die hier komen zijn gebaat bij een prikkelarme omgeving. We willen voorkomen dat mensen zichzelf of personeelsleden beschadigen. De soberheid is er ook om verzameldrang in te dempen. Het is een echte behandelsetting en dat is heilzaam voor de bewoners. Maar voor familieleden is het echt wennen als ze hier voor het eerst binnenkomen.’

Succes bereiken door multidisciplinaire aanpak

De interventie begint met een observatieperiode. Het team stelt vervolgens een signaleringsplan en benaderingsadvies op, bestaande uit passende interventies, bejegening en behandeling. ‘Het is fijn om te zien hoe mensen bij ons opknappen en juist vanwege de multidisciplinaire aanpak kan ons team goed behandelen. Het team bestaat naast verzorgenden en verpleegkundigen uit een specialist ouderengeneeskunde, psycholoog, ergotherapeut, fysiotherapeut, muziektherapeut, sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, maatschappelijk werker, logopedist, diëtist en activiteitenbegeleiding. We werken samen met een specialist ouderengeneeskunde en ouderenpsychiater van GGZ inGeest.’

Na de interventie weer terug

De grondslag van de problematiek is dementie. Dat kunnen thuiswonende ouderen met dementie zijn, die bijvoorbeeld na een val, ziekte, ziekenhuisopname of andere gebeurtenis ‘uit balans raken’ en gedragsproblemen ontwikkelen. De andere groep ouderen met dementie woont al in een verpleeghuis of groepswoning en ontwikkelt daar gaandeweg gedragsproblemen.
‘Ons streven is dat mensen terug gaan naar de plek waar ze voor de opname woonden,’ vertelt Anke. ‘Als mensen thuis woonden blijkt terugkeer niet altijd mogelijk te zijn. Soms past iemand beter in een woonzorgcentrum. Als terugkeer naar de oorspronkelijk setting om wat voor reden niet mogelijk is, geven wij een advies en proberen te bemiddelen.’

Aanmelding van cliënten

Aanmelding van cliënten komt uit verschillende hoeken. Specialisten ouderengeneeskunde, huisartsen, artsen in ziekenhuizen, de eerste lijn en GGZ-instellingen verwijzen door naar de Interventieafdeling.

In het kort, samenvatting

De Interventieafdeling is een expertisecentrum gericht op het behandelen en stabiliseren van mensen met dementie en gedragsproblemen. De afdeling heeft een regionale functie. Na behandeling keren de patiënten terug naar het woonzorgcentrum waar ze vandaan kwamen. Indien terugkeer niet mogelijk is worden ze bemiddeld naar een passend woonzorgcentrum.

  • De interventieafdeling is gespecialiseerd in kortdurende behandeling van cliënten met ernstig probleemgedrag (gedragsstoornissen, desoriëntatie, hallucinaties, verwardheid en agressie) ten gevolge van een cerebrale beschadiging. Het gaat om ouderen met dementie, soms ook om ouderen met de ziekte van Parkinson, een CVA of het syndroom van Korsakov.
  • Opname is alleen mogelijk bij minimaal een ZZP5 met behandeling en een BOPZ. Als er geen BOPZ is, of de patiënt weigert opname, dan zal er een ibs of rm moeten worden aangevraagd om opname te kunnen realiseren.
  • Opnameduur: maximaal 3 maanden, met maximaal één verlening van 3 maanden.
  • De interventie afdeling is onderdeel van de De Bogt-Westerbeer.

Dit artikel komt uit onze maandelijkse nieuwsbrief. Wilt u ook de nieuwsbrief ontvangen? Meld u aan.

Lees ook: