Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar de content
Kijk hier voor de laatste informatie over het coronavirus.

Dat kinderen zo brutaal zijn...

Adwoa Nyarko, helpende bij Het Schouw, kwam als 15-jarig meisje uit Ghana naar Nederland.
Adwoa Nyarko kwam als 15-jarig meisje uit Ghana naar Nederland. Ze voelde zich lang onwennig. Met één ding heeft ze nog steeds moeite. Dat kinderen zo brutaal zijn. ‘Bij ons deed je alleen je mond open als je iets werd gevraagd.’

‘Misschien is het ook mijn verlegenheid, zegt Adwoa. ‘Maar zeker heeft het met cultuur te maken. In Ghana heb je als kind niets te vertellen. Zijn volwassen mensen aan het woord, dan kun je maar beter naar buiten gaan. Eerlijk gezegd: ik vind dat normaal. Je moet als kind nog zoveel leren. In Nederland lijkt het soms, alsof kinderen de baas zijn.’

Heimwee

Adwoa NyarkoAdwoa Nyarko (38) werkt sinds 2009 als helpende in Het Schouw. Ze groeide op in Accra, de hoofdstad van Ghana. ‘Ik woonde bij mijn tante, samen met haar kinderen. Mijn vader was in Nederland, mijn moeder zag ik niet. Helaas.

Ons huis lag naast het psychiatrisch ziekenhuis waar mijn tante verpleegkundige was. Verderop hadden we nog een landje met geiten en schapen. En groenten. Tomaat, cassave, maïs, alles wat we nodig hadden.’

‘Ik denk er niet veel aan,’ zegt Adwoa, ‘maar soms heb ik toch heimwee. Op mijn vijftiende ben ik bij mijn vader gaan wonen, in Bos en Lommer. Ik kende niemand, sprak de taal niet, alles was nieuw. Moeilijk was het, ja, heel moeilijk. Zelfs toen ik de taal had geleerd, durfde ik niet te praten. Ik was altijd bang om een foutje te maken en uitgelachen te worden.’

Mooi aangekleed

Adwoa Nyarko‘Eigenlijk is dat nog steeds zo. Alleen met ouderen voel ik me op mijn gemak. Het contact is anders, directer. Ogen zeggen soms meer dan woorden. Mijn collega’s zijn lief, maar ik hou altijd wat afstand. Zij praten makkelijk met elkaar, ik kan dat niet. Zelfs als ik bid voor het eten, doe ik het in stilte. Wat ik eet? Liefst iets warms hoor. Geen boterham met pindakaas.’

Adwoa woont nu in Zaandam. Ze gaat – buiten coronatijd - in Zuidoost naar de kerk. ‘Daar zie ik andere Ghanezen. Mooi aangekleed allemaal, in felle kleuren. Die kleren? Die laat je maken. Je koopt alleen de stof. Weet u wat ik erg vind? Mijn vader en moeder waren allebei kleermaker. Maar ze hebben mij nooit het vak willen leren. Ze dachten dat het iets was voor mensen die niets konden. Zo jammer, want voor mij is het kunst.

De toekomst? Eerst wil ik als het kan niveau 3 zien te halen. En dan? Eerst niveau 3.’