Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar de content
Kijk hier voor de laatste informatie over het coronavirus.

De klok stond stil

Jan Rijvordt (71) is meer dan fulltime vrijwilliger in Het Schouw in Amsterdam-Noord.
De klok stond letterlijk stil toen de vrouw van Jan Rijvordt overleed begin 2016. Toch is het leven doorgegaan. Jan (71) is meer dan fulltime vrijwilliger in Het Schouw in Amsterdam-Noord. Hij stelt wel één voorwaarde: ‘Niemand zegt me wat ik moet doen.’

 Jan Rijvordt werkt zeven dagen per week, de hele dag, op de pg-afdeling van Het Schouw. Hij bergt de was op, helpt bij de koffie, bij het eten, het vervoer, bij uitjes, muziek, alles wat hem voorhanden komt. ‘Maar,’ zegt hij, ‘ik doe alleen wat ik zelf wil. Ik ben hier voor de mensen, en ik kan denk ik goed inschatten waar hun behoeftes liggen. Daar ben ik vertrouwd mee. Mijn vrouw hoefde maar naar het plafond te kijken en ik stond al te witten.'

De moord-en-brandbuurt

'Leren heb ik nooit gekund, omdat ik als baby een hersenvliesontsteking kreeg, maar werken… Alles met mijn handen. We woonden in de Spaarndammerbuurt, de moord-en-brandbuurt, zoals ze dat noemden. Je kon maar beter weerbaar zijn. Ik ben op boksen gegaan, zette een grote mond op, niemand deed me wat.’

Olie op de weg

'Niet dat je garanties had. Toen ik negen was, heb ik met mijn ouders een motorongeluk gehad. Er lag olie op de weg, het was spekglad, we gingen keihard onderuit. Mijn vader was er het ergst aan toe. Hij kreeg trombose in zijn hersenen en werd verschrikkelijk agressief. Stond hij met een stoel boven zijn hoofd achter mijn moeder. Toen heb ik de politie moeten bellen en is hij in een dwangbuis afgevoerd naar Santpoort. Kort daarna is hij overleden. Man, hoe dat aan me geknaagd heeft. Als ik er nog aan denk. Hij lag opgebaard in het witte kerkje van Sloten, met zijn gezicht achter een venstertje. Sindsdien kan ik geen dode mensen meer zien.'

Mooie spullen voor mijn meisje

'Betsy was mijn engel. Ik leerde haar op mijn veertiende kennen, op dansles bij Bonel. Ze ging al voor goud. Hoog opgestoken haar, naaldhakken, wespentaille. Wat een plaatje! Diezelfde avond heb ik haar thuisgebracht en ben ik blijven plakken. Ik werkte bij Stork, aan de machine, en heb toen ‘s avonds een baantje als glazenwasser erbij genomen. Geld verdienen! Mooie spullen voor mijn meisje kopen! Het is maar een paar weken uit geweest, toen ze even een flirt met ene Japie had. Diens vader had een krokettenfabriek. Toen we trouwden, in 1966, stond hij voor de deur met een doos kroketten. “Japie!” riepen we. “Wat kom jij nou doen?”'

"Haal ik dat nog?"

'Een paar jaar later is onze dochter geboren. Nancy, een schat. We hebben het schitterend gehad met elkaar. Betsy werkte in de stoffenwinkel en in het koffiehuis van haar ouders, ik kreeg een droombaan als vorkheftruckchauffeur. ’s Zomers gingen we naar Bakkum of Bussum, en later zaten we van oktober tot januari in Spanje en Portugal. Tot het niet meer ging. Betsy had een longziekte, van de pokkenprik. Ik heb een jaar of vijftien intensief voor haar gezorgd. Met heel veel liefde. Tijdens de kerst van 2015 werd ze zieker en zieker. Slecht nieuws, zei de dokter. Op 3 september het jaar daarop zouden we 50 jaar getrouwd zijn. “Haal ik dat nog?” vroeg Betsy. “Uitgesloten,” zei hij. Toen is ze zonder veel woorden alles gaan regelen. De uitvaart, de kaarten..'

Roodborstje

'Op 6 januari waren we bij haar moeder in Het Schouw en is ze uit de rolstoel gegleden. Drie dagen later stierf ze. De hangklok in de kamer bij haar bed is op dat moment stil blijven staan. In huis is het altijd kwart voor elf gebleven. Ik heb daar een monumentje voor haar ingericht. “Tot vanavond schat,” zeg ik als ik ’s morgens de deur uit ga. Zelf had ze gezegd dat ze als roodborstje terug zou komen. En eerlijk waar, ik zie er elke dag wel een. Ze is altijd bij me. En je snapt waarschijnlijk wel waarom ik geen verplichtingen meer wil.’